Hoe het begon

Aan het begin van de 18e eeuw had Jan van den Broek op de hoek van de Nieuwendijk en de Capelsteegh (de huidige Haringpakkersteeg) een gecombineerd bedrijf. Hij was ‘tinnegieter, kogelmaker en wijnkooper’. Hoe deze, ietwat vreemde combinatie van bedrijvigheid tot stand is gekomen zal wel nooit duidelijk worden. Vermoedelijk zal Jan het ‘wijnkoopen’ erbij hebben gedaan. Wijnhandel was in die tijd een soort geldbelegging.

De kogels die hij maakte, waren bedoeld voor scheepskanonnen. Geen vreemde keuze aangezien het IJ en de haven toen nog tot de 'Nieuwezijds Houttuinen' kwamen. Dit was tot vlak achter de straat, aan het einde van de Hasselaarssteeg (de huidige Prins Hendrikkade). Bij een verbouwing in 1982 zijn in de kelder kogels gevonden van gebakken en geglazuurd aardewerk. Dit is de plek waar de oven moet hebben gestaan.

In 1718 overleed Jan van den Broek. Zijn weduwe zette de zaak voort. Jan’s tweede dochter, Alida Cornelia van den Broek, trouwde in 1733 met Johannes Boelen. Hij was de oprichter van de bekende wijngroothandel Jacobus Boelen. Johannes Boelen zette het bedrijf van van den Broek voort en verhuisde het in 1748 naar de Warmoesstraat.

In het pand op de Nieuwendijk bleef een wijnkoperij gevestigd. Door de 19e eeuw heen heeft de zaak verschillende eigenaren gekend, en is langzaam veranderd van tavernae tot Café.

de Vreng

In 1917 kocht Piet de Vreng (1890-1947) Café de Zon van J.W. Gronet. Ook kocht hij het naastgelegen pand, waar ook een café in gevestigd was en liet beiden door een verbouwing samenvoegen tot één huis.

historie4.jpg

Op een kastelein (kroegeigenaar) werd in die tijd veel beslag gelegd door de stamgasten. Bij een bijzondere gelegenheid maakte Piet de Vreng voor een klant wel eens een speciaal flesje en dat viel zo in de smaak dat de gelegenheden steeds minder speciaal werden. Dat ging zo ver dat zelfs wanneer hij een doodgewone pan snert had gemaakt, hij deze ook met de klanten moest delen.

Om een lekkerdere borrel dan de collegae te kunnen verkopen werd er door Piet de Vreng extra jenever ingekocht zodat deze een tijdje in de kelder kon blijven rijpen.
Naast de jenevervoorraad, lag in de kelder ook de biervoorraad. De bezorgers van de biervaten moesten fluitend hun werk doen. Niet omdat het van die vrolijke lui waren maar omdat Piet dan zo kon horen of ze niet stiekem aan het voorproeven waren.

Oud Amsterdam

‘Na de oorlog’

Na de tweede wereldoorlog werd er steeds vaker jonge jenever gedronken. In 1947 werd het bedrijf door Piet’s zoon Henk de Vreng overgenomen. Het cafe was inmiddels veranderd in een slijterij en de jenevervoorraad was al flink geslonken. Omdat de kwaliteit van de grote fabrieks-jenevers steeds slechter werd, besloot Henk de Vreng bij kleinere distilleerderijen jenever van eigen merk en recept te laten maken. Best bijzonder aangezien een eigen jenever toen nog ongewoon was in een slijterij.

Deze manier van werken werd onder de huidige bedrijfsvoerders Rob en René de Vreng verder ontwikkeld. Er werden bij tijd en wijle weer enkele vaatjes jenever opgeslagen. Dit gebeurde zelfs bij distilleerderijen al lang niet meer.

In 1980 volgde een doorbraak. De ‘Vrij Nederland grote Jenevertest’ keurde jenevers van het merk Oud Amsterdam. Dezen werden, na vergelijking met de grote merken, stuk voor stuk als beste op de markt beoordeeld.

Voor de huidige Oud Amsterdam jenever wordt alcohol en basis-moutwijn in België, Noord-Frankrijk en Schotland ingekocht. Er worden esprits (zuiver distillaat) gebruikt die enkele distilleerderijen speciaal voor Oud Amsterdam maken. Jeneverbes-esprits worden in combinatie daarmee verwerkt tot verschillende jeneversoorten. Ook worden kruidentincturen en diverse esprits tot kwaliteits-likeuren verwerkt die de traditie van vroeger weer doet herleven onder de naam Oud Amsterdam.

Oud Amsterdam is een merknaam voor gedistilleerde dranken die stuk voor stuk gebaseerd zijn op voornamelijk oude Nederlandse recepten en soms op moderne recepten. In beide gevallen staat alleen de kwaliteit voorop. De naam ‘Likeurstokerij' is van oude oorsprong en betekent niet dat Likeurstokerij Oud Amsterdam zelf een distilleerderij is. Het eigenlijke distilleren gebeurt in een distilleerketel bij enkele, nauw met ons samenwerkende, distilleerderijen. Het product dat uit een distilleerketel ‘loopt’ is altijd een halffabrikaat en moet daarna nog bewerkt worden. Bij whisky en cognac bijvoorbeeld bestaat de nabewerking onder andere uit rijping en blenden.

Het unieke van Oud Amsterdam is dat dit merk zich als enige in Nederland onafhankelijk bezighoudt met deze laatste bewerkingsfase van de productie van Nederlands gedistilleerd. Merken gevoerd door een distilleerderij, zijn aangewezen op de producten uit eigen ketels. Wij kiezen zelf de beste halffabrikaten (tincturen en esprits) van verschillende producenten. Zo kan distilleerderij ‘A’ goed zijn in Jeneverbes-esprit, terwijl distilleerderij ‘B’ bijvoorbeeld een perfect kaneeltinctuur kan trekken. Sommige distilleerderijen maken esprits speciaal volgens ons recept en van anderen is de standaard-kwaliteit al op het juiste niveau. 

In Schotland bestaan al langer bedrijven die zo werken met whisky. Sterker nog, de blended whisky was al tientallen jaren eerder populairder dan de Single Malts, die van één enkele distilleerderij afkomstig zijn. Net als een whisky die moet voldoen aan de eisen van de blender, zijn de producten van Oud Amsterdam geselecteerd en samengesteld volgens onze oude familietradities.

foto's historie.jpg

De huidige bedrijfsvoerders:

René de Vreng   Vinoloog van de Wijnacademie
Rob de Vreng     Liquorist van de Wijnacademie